Het Raadsel van de Drie Rivieren

Volg Flipr op een spannende expeditie door de jungle in 'Het Raadsel van de Drie Rivieren'. Een verhaal over moed, snel denken en het vinden van je innerlijke kracht.

Flipr greep een liaan vast en slingerde over de modderige wortels, net toen de grond wegzakte. Voor hem splitste de jungle zich en drie rivieren brulden voort: een groen als mos, een rood als ijzer en een volledig doorzichtig. Hij stopte hijgend en keek naar zijn kompas dat wild rondtolde. "Dit stond niet op de kaart," mompelde hij en keek naar zijn modderige poten. Hij voelde zich plotseling heel klein midden in al het wilde en onbekende groen.

"Je zoekt de vergeten grot, nietwaar?" Een oude berggeit met gehavende hoorns kwam tevoorschijn uit de varens.

"Hoe weet u dat?" vroeg Flipr en strekte zijn rug.

"Omdat alleen de moedigen de weg hiernaartoe vinden," antwoordde de geit rustig. "Als je erdoor wilt, moet je snel denken. Volg de rode stroom naar de vijver, duik onder de omgevallen boomstam door, en stop nooit voordat het water helder wordt. Als je het niet doet voor zonsondergang, sluit de jungle zich en is de weg terug voor altijd verdwenen."

Flipr knikte en haalde diep adem. Hij sprong direct in de rode rivier, maar de stroom was sterker dan hij had verwacht. Het water trok aan zijn vacht en hij botste tegen een scherpe rots. Hij worstelde om zijn hoofd boven water te houden, terwijl de angst hem beetnam. Was hij wel sterk genoeg hiervoor? Hij greep een steen vast en trok zichzelf omhoog, hoestend. Hij keek naar het bos, dat met elke seconde donkerder werd. Als hij nu faalde, zouden de anderen het verborgen pad nooit vinden.

"Ik stop nu niet!" riep hij tegen de stroom in. Hij wierp zich er opnieuw in, maar gebruikte dit keer zijn achterpoten als roeispanen en stuurde veilig om de rotsen heen. Hij zag de omgevallen boomstam voor zich en dook diep. Het water veranderde van ijzerrood naar kristalhelder, en plotseling voelde hij stevig zand onder zijn poten. Hij zwom het laatste stuk en klauterde op de tegenoverliggende oever, net toen de laatste zonnestralen de ingang van de grot raakten.

Flipr stond hoog en recht aan de andere kant van de rivieren. Hij veegde het water van zijn neus en keek terug naar de wilde jungle die hij zojuist had overwonnen. Achter hem opende de grot zich met sporen die direct naar de volgende grote ontdekking leidden. Hij was niet langer zomaar een kleine vos op een dwaalspoor; hij was een padvinder. Hij stak zijn lamp aan en stapte met een doelbewuste glimlach het donker in.